Toelichting op de balans

ACTIVA

VASTE ACTIVA

Immateriële vaste activa

De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in:

Immateriële vaste activa
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

501

467

Totaal

501

467

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar 2025:

Verloop Immateriële vaste activa
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

501

0

0

34

0

467

Totaal

501

0

0

34

0

467

Materiële vaste activa

De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld:

Investeringen met een economisch nut
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Gronden en terreinen

12.995

12.995

Woonruimten

1.090

1.026

Bedrijfsgebouwen

122.633

124.407

Vervoermiddelen

1.591

1.772

Machines, apparaten en installaties

1.631

1.411

Overige materiële vaste activa

12.433

10.996

Totaal

152.374

152.606

Dit is één van de posten waarbij de beginbalans door correcties afwijkt van de eindbalans 2024 (zie de toelichting op de beginbalans die is opgenomen in het hoofdstuk "Grondslagen").

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met een economisch nut gedurende het jaar 2025:

Verloop Investeringen met een economisch nut
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Grond en terreinen

12.995

0

0

0

0

12.995

Woonruimten

1.090

0

0

64

0

1.026

Bedrijfsgebouwen

122.633

6.848

1.022

4.052

0

124.407

Vervoermiddelen

1.588

335

0

151

0

1.772

Machines, apparaten en installaties

1.631

83

0

303

0

1.411

Overige materiele vaste activa

12.437

577

786

1.202

29

10.996

Totaal

152.374

7.843

1.809

5.773

29

152.606

De investeringen met een economisch nut waarvoor heffing wordt geheven zijn als volgt:

Investeringen met een economisch nut waarvoor heffing wordt geheven
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

16.539

16.259

Totaal

16.539

16.259

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met een economisch nut waarvoor heffing wordt geheven gedurende het jaar 2025:

Verloop Investeringen met een economisch nut waarvoor heffing wordt geheven
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

16.539

1.877

1.833

324

0

16.259

Totaal

16.539

1.877

1.833

324

0

16.259

De investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut voor 2017 zijn als volgt:

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut voor 2017
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

14.145

12.861

Machines, apparaten en installaties

4.683

4.251

Overige materiële vaste activa

1.307

963

Totaal

20.134

18.075

Dit is één van de posten waarbij de beginbalans door correcties afwijkt van de eindbalans 2024 (zie de toelichting op de beginbalans die is opgenomen in het hoofdstuk "Grondslagen").

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut voor 2017 gedurende het jaar 2025:

Verloop Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut voor 2017
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

14.145

25

-78

1.386

0

12.861

Machines, apparaten en installaties

4.683

0

0

432

0

4.251

Overige materiele vaste activa

1.307

0

29

315

0

963

Totaal

20.134

25

-49

2.133

0

18.075

De investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut na 2017 zijn als volgt:

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut na 2017
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

30.069

37.577

Machines, apparaten en installaties

7.446

8.351

Overige materiële vaste activa

10.337

11.778

Totaal

47.852

57.705

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut na 2017 gedurende het jaar 2025:

Verloop Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut na 2017
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

30.069

13.775

3.811

1.110

987

37.577

Machines, apparaten en installaties

7.446

1.234

28

301

0

8.351

Overige materiele vaste activa

10.337

2.073

45

588

0

11.778

Totaal

47.852

17.082

3.884

1.999

987

57.705

Investeringen met economisch nut in erfpacht uitgegeven zijn als volgt:

Investeringen met economisch nut in erfpacht
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Gronden en terreinen

4.970

4.225

Totaal

4.970

4.225

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de investeringen met economisch nut in erfpacht uitgegeven gedurende het jaar 2025:

Verloop Investeringen met economisch nut in erfpacht
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Vermin-
deringen

Afschrij-
vingen

Bijdragen
van derden

Eindbalans

Grond en terreinen

4.970

1.633

2.379

0

0

4.225

Totaal

4.970

1.633

2.379

0

0

4.225

Financiële vaste activa

De post financiële vaste activa wordt onderscheiden in:

Financiële vaste activa
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

12.911

12.911

Leningen aan woningbouwcorporaties

455

420

Overige langlopende leningen (niet-overheid)

2.573

2.890

Totaal

15.938

16.221

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2025:

Verloop Financiële vaste activa
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Aflossingen

Eindbalans

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

12.911

0

0

12.911

Leningen aan woningbouwcorporaties

455

0

35

420

Overige langlopende leningen (niet-overheid)

2.573

371

54

2.890

Totaal

15.938

371

89

16.221

VLOTTENDE ACTIVA

Voorraden

De post voorraden wordt onderscheiden in:

Voorraden
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

RijswijjkBuiten

110.481

113.769

Bouwgrondexploitatie standplaats Molenhof

59

0

Bouwgrondexploitatie Eikelenburg

-192

-90

Verliesvoorziening

-16.934

-18.057

Totaal

93.414

95.623

Het saldo van de beginbalans van deze post lijkt anders dan eindbalans in de jaarstukken 2024, maar dat komt omdat de winstneming van 2024 á 200.000 in 2025 onderdeel geworden is van deze post en dus niet meer apart wordt getoond.

Voor het totaal van de in exploitatie zijnde bouwgrondexploitaties kan van het verloop in 2025 het volgende overzicht worden weergegeven:

Bouwgronden in exploitatie
Bedragen x 1.000

Begin- balans

Uitgaven

Inkomsten

Eind- balans

Nog te verwachten uitgaven

Nog te verwachten inkomsten

Winst

Verwacht resultaat

Verlies- voorziening

RijswijjkBuiten

110.481

4.685

1.397

113.769

47.017

127.890

-18.057

-18.057

Bouwgrondexploitatie standplaats Molenhof

59

115

174

0

0

0

Bouwgrondexploitatie Eikelenburg

-192

353

251

-90

24

0

66

Verliesvoorziening

-16.934

0

1.123

-18.057

Totaal

93.414

5.153

2.945

95.623

47.041

127.890

0

-17.991

-18.057

De waardering van de in exploitatie genomen gronden is voornamelijk gebaseerd op de inzichten van april 2026 en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek, maar minimaal jaarlijks, wordt herzien en waarbij de waardering in het komende jaar zowel positief als negatief kan uitvallen. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden.

Vanuit de jaarrekeningcontrole is een verschil geconstateerd waar hogere lasten van ongeveer 0,7 miljoen betrekking hebben op de grondexploitatie. Deze lasten zijn na vaststelling van de Herziening grondexploitaties Sion-'t Haantje (RV 26-014) inzichtelijk geworden en hebben betrekking op boekjaar 2025. De verliesvoorziening is daarom 0,7 miljoen hoger dan in de herziening eerder was opgenomen en de mutaties vanuit de jaarrekeningcontrole worden verder in de eerstvolgende herziening meegenomen.

De toelichting en risico’s zijn nader toegelicht in de paragraaf Grondbeleid, RijswijkBuiten en de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

Uitzettingen
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Vorderingen op gemeenten

1.759

857

Vorderingen op gemeenschappelijke regelingen

186

-36

Vorderingen op overige overheden

15.581

16.475

Rekening courant verhouding met het Rijk

7.574

38.496

Rekening courant verhoudingen overige niet-financiële instellingen

0

0

Overige vorderingen (niet-overheid)

19.678

19.319

Subtotaal

44.779

75.111

Voorzieningen - Dubieuze debiteuren

-1.029

-1.547

Voorziening dubieuze debiteuren WWB

-2.140

-1.842

Subtotaal

-3.170

-3.389

Totaal

41.609

71.722

Dit is één van de posten waarbij de beginbalans door correcties afwijkt van de eindbalans 2024 (zie de toelichting op de beginbalans die is opgenomen in het hoofdstuk "Grondslagen").

In de Overige vlottende schulden was een negatieve post van 243.000 aan de passivazijde opgenomen, die naar de Overige vorderingen (niet-overheid) aan de activazijde als postief bedrag gecorrigeerd is.

Voorheen werden de voorzieningen voor de dubieuze debiteuren (voorzieningen oninbare vorderingen) apart getoond. Vanaf nu worden ze samen getoond met de uitzettingen, omdat ze daar feitelijk onderdeel van zijn.

Schatkistbankieren

Drempelbedrag[1]

In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor gemeente Rijswijk geldt voor 2025 een drempelbedrag van 3.881.30.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2025 hebben geen overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2025 is geweest:

[1] Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan 500 miljoen is de drempel gelijk aan 3,75 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan €250.000.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x 1000)

Verslagjaar

(1)

Drempelbedrag

3881,30

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

924

907

753

673

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

2.957

2.974

3.128

3.209

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

565.650

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan 500 miljoen

500.000

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de 500 miljoen te boven gaat

65.650

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000

Drempelbedrag

3881,2993

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

83.156

82.578

69.269

61.896

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

924

907

753

673

Op grond van artikel 52c van het BBV dient tenminste toegelicht te worden:

  • het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; en

  • voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.

Liquide middelen

De post liquide middelen wordt onderscheiden in:

Liquide middelen
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Kassaldi

16

17

Banksaldi

754

290

Totaal

770

307

Overlopende activa

De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

Overlopende activa
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, gesplits in:

Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk

0

0

Overige overlopende activa (niet-overheid)

0

0

Nog te ontvangen bijdragen van overige overheden

4.537

8.355

Totaal

4.537

8.355

Dit is één van de posten waarbij de beginbalans door correcties afwijkt van de eindbalans 2024 (zie de toelichting op de beginbalans die is opgenomen in het hoofdstuk "Grondslagen").

De balanspost overlopende activa betreft posten uit de normale bedrijfsuitoefening die het gevolg zijn van (conform het stelsel van baten en lasten) toerekenen van lasten aan het boekjaar 2025. Het betreft hier onder andere onderhoudscontracten, huren, abonnementen, etc. welke betrekking hebben op 2026.

Overige nog te ontvangen bedragen

Net als de overlopende activa is dit saldo het gevolg van toerekenen van baten aan het boekjaar 2025. Het betreft hier een grote verscheidenheid aan nog te ontvangen bedragen. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Voorheen voorzieningen
(bedragen x 1.000)

Ontvangen van

Begin- balans

Toe-
voegingen

Ont-
vangsten

Eind-
balans

Voetnoot

2025

2025

Subsidie B02 - Gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek

Rijk

441

484

441

484

Subsidie C62 - Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Rijk

28

7

13

21

Subsidie F20- Sterpassage (Orchard 1 & 2)

Rijk

233

233

Subsidie G02 - Participatiebudget: inburgering

Rijk

330

330

Subsidie G03 - Bedrijfskapitaal BBZ vanaf 2020

Rijk

10

8

40

-22

a)

Subsidie G12 - Kwijtschelding publieke schulden SZW in verband met de
hersteloperatie toeslagen

Rijk

31

6

17

20

Subsidie H35B - Specifieke uitkering IZA-doelen 2023-2026

Rijk

-25

558

558

-25

b)

J17 - Realisatiestimulans

Rijk

1.680

1.680

Subsidie J41B - Flexibele inzet woningbouw

Provincie

144

144

Subsidie J117B - Soortenmanagementplan

Provincie

202

161

40

Subsidie J210B - Meerjarige flexibele inzet woningbouw

Rijk

74

74

Subsidie M16 - Oekraine

Rijk

3.413

9.217

7.428

5.202

Totaal Overige nog te ontvangen bedragen

4.131

12.710

8.892

7.950

Opmerkingen:

1. Voor regeling G10 worden normbedragen gehanteerd die in meerdere jaren besteed mogen worden. De bedragen die in de SISA worden verantwoord betreft de werkelijke bestedingen en niet de normbedragen. Daarom wijken de bedragen van de SISA verantwoording af van de hierboven getoonde bedragen die van de tabel "Overige nog te ontvangen bedragen".

Voetnoot:

a) De BBZ-regeling heeft een meerjarig karakter, waardoor verstrekte kredieten over meerdere jaren worden afgewikkeld. Het negatieve saldo wordt daarom niet in één keer in 2026 afgehandeld.

b) Het bedrag van 25.000 dient nog te worden terugbetaald aan de gemeente Zoetermeer. De afwikkeling hiervan zal in 2026 plaatsvinden door middel van een creditnota.

PASSIVA

Eigen vermogen

Het onderstaand saldo van de beginbalans lijkt af te wijken van de eindbalans 2024, maar dat komt door een aanpassing op de presentatie: de bestemmingsresultaat (van vorig jaar) wordt nu in een aparte kolom getoond.

Eigen vermogen
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Bestemming
resultaat
vorig jaar

Eindbalans

Algemene reserves

24.903

5.252

30.155

Bestemmingsreserves

49.060

2.817

52.988

Gerealiseerd resultaat

15.148

Totaal

73.963

8.069

98.291

Reserves

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2025:

Reserves
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Bestemming
resultaat
vorig jaar

Toevoeging

Onttrekking

Eindbalans

Algemene dekkingsreserve

24.903

5.252

0

0

30.155

Algemene reserves

24.903

5.252

0

0

30.155

Corona maatregelenpakket

180

0

0

75

105

Decentrale arbeidsvoorwaarden

80

0

0

0

80

Faciliteiten voor jongeren

485

0

0

0

485

Gemeentepersoneel

163

0

0

0

163

Huis van de Stad

768

0

0

0

768

Innovatiefonds

433

0

0

324

109

Kwaliteit en verbinding parken Rijswijk Zuid

1.300

0

0

0

1.300

Nieuwbouw brandweerkazerne

5.046

0

0

128

4.918

Parkeren

5.366

0

0

0

5.366

Realisatie kunst in de openbare ruimte

85

0

0

0

85

Realisatie tunnel Prinses Beatrixlaan

29.998

0

0

0

29.998

Revitalisering Oud-Rijswijk

71

0

0

0

71

Woonisolatieprogramma Rijswijk

487

0

956

0

1.443

Milieuzone Beatrixlaan

0

205

0

205

0

Milieubudget

0

40

0

40

0

Omgevingsvisie

0

135

0

135

0

Uitvoeringsprogramma Digitale dienstverlening

0

100

0

100

0

Uitvoering Cloudstrategie

0

425

0

425

0

Data ondersteund werken

0

50

0

50

0

Egalisatiemiddelen afvalstoffenheffing

0

262

0

130

132

Egalisatiereserve meerjaren prognose gebiedsontwikkeling

0

0

486

0

486

Pensioenen wethouders

0

1.600

0

0

1.600

Voorbereidingskosten station RijswijkBuiten

0

0

1.500

0

1.500

Bestemmingsreserves

44.461

2.817

2.942

1.612

48.608

Landgoederenzone fase 1

3.500

0

0

0

3.500

Wijkontwikkeling

1.099

0

0

219

880

Reserves ter dekking van afschrijvingen op activa

4.599

0

0

219

4.380

Totaal van de reserves

73.963

8.069

2.942

1.831

83.143

Toelichting op de reserves

Volgens artikel 54 lid 1 BBV dient in de toelichting op de balans de aard en de reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan te worden toegelicht.

Hieronder volgt een toelichting op de algemene reserves en de bestemmingsreserves.

Algemene dekkingsreserve

Het vormen van een bufferfunctie voor onverwachte tegenvallers. Stortingen worden gedaan op basis van een positief exploitatieresultaat of bij vrijval van reserves. Onttrekkingen vinden plaats om de reserves aan te vullen of om bestemmingsreserves in te stellen of aan te vullen. Gelet op de aard van de reserve worden bij het samenstellen van de begroting geen mutaties geraamd. De begrotingssaldi zijn apart in het overzicht opgenomen.

Bestemmingsreserve Corona maatregelenpakket

De door het Rijk aan de gemeenten toegekende ondersteunende coronamaatregelen, zijn in 2021 in een bestemmingsreserve Corona Maatregelenpakket Samen Rijswijk ondergebracht.

In 2025 zijn deze middelen ingezet voor het continueren van de verkenning en de opzet van een Bedrijven Investeringszone Middengebied Plaspoelpolder. Vanuit de gemeente is een bijdrage geleverd aan de hiervoor benodigde (externe) expertise voor advies en uitvoering. Tevens is er nog een bedrag ingezet voor het versterken van de onderlinge samenwerking tussen hoteleigenaren en cultuur, horeca en retail in samenwerking met de stichting Hoteloverleg Rijswijk. Vanwege het onvoldoende succesvol tot stand laten komen van de beoogde samenwerkingen, heeft Stichting Hoteloverleg Rijswijk wel aangegeven de samenwerking eind 2025 te beëindigen.

Tenslotte heeft de gemeente, net zoals in vorige jaren, verenigingsondersteuning voor vitale sportverenigingen aangeboden welke deels is betaald vanuit deze bestemmingsreserve.

Bestemmingsreserve Data ondersteunend werken

De werkzaamheden met betrekking tot het data ondersteund werken op basis van het nieuwe financiële systeem hebben vertraging ondervonden in verband met een langere doorlooptijd van de technische ontsluiting van de data. Het incidentele deel van het budget is middels de budgetoverheveling overgeheveld naar 2025 en toegevoegd aan deze bestemmingsreserve en deze middelen zijn in hetzelfde jaar ook besteed en op basis hiervan onttrokken uit de bestemmingsreserve.

Bestemmingsreserve Decentrale arbeidsvoorwaarden

Deze reserve is gevormd in verband met lokale arbeidsvoorwaarden ten behoeve van vitaliteit. Wanneer de kosten hoger uitvallen dan verwacht wordt het tekort uit deze reserve onttrokken. Het betreft de dekking voor de verkoop van uren (cafetariamodel) en de bijdrage voor de aanschaf van een fiets.

Bestemmingsreserve Egalisatiemiddelen afvalstoffenheffing

Bij het begrotingsdebat van 5 november 2024 is het amendement “Verlaging afvalstoffenheffing inwoners niet laten betalen voor lachgasgebruikers” aangenomen. Een onderdeel van dat amendement is het vormen van de bestemmingsreserve ‘Egalisatiemiddelen afvalstoffenheffing’. Het doel van deze reserve is te grote stijgingen in de afvalstoffenheffing te voorkomen.

Bestemmingsreserve Faciliteiten voor jongeren

Deze reserve is gevormd in 2021 voor het opzetten van ruime, veilige en uitdagende speel- en recreatieplekken voor jongeren. Rijswijk telt nu ruim 170 speelplekken waar kinderen met plezier buiten kunnen spelen. Voor de oudere jeugd is er op dit moment niet veel aanbod, daarom is er besloten dat voor deze groep plekken bijkomen, zoals een interactief ontmoetingspunt en een skatebaan.

Bestemmingsreserve Gemeentepersoneel

Deze reserve is in 2009 gevormd met de gelden uit de uitkering van het resterende vermogen van IZA Nederland.

In 2010 heeft het college besloten dat deze gelden kunnen worden besteed aan diverse activiteiten binnen de onderwerpen:

  • Levensfasemanagement;

  • het Leren, Eigen verantwoordelijkheid, Groei en Ontwikkeling (LEGO) en

  • Gezondheidsmanagement.

Jaarlijks wordt bezien welk bedrag uit deze reserve onttrokken moet worden.

Bestemmingsreserve Huis van de stad

Op 12 december 2017 heeft de raad ingestemd met het raadsvoorstel Investeringsbudget gefaseerde uitvoering Huis van de stad. In het voorstel is aangegeven dat de frictiekosten ten laste van de algemene reserve zullen worden gebracht. Deze frictiekosten zijn berekend op € 6.346.000. Hiervoor is een bestemmingsreserve Huis van de stad ingesteld.

Het project Huis van de stad is in 2025 afgesloten met een positief saldo in deze bestemmingsreserve. In 2026 volgt er een voorstel m.b.t. de vrijval van de nog resterende middelen in deze bestemmingsreserve.

Bestemmingsreserve Innovatiefonds

Het betreft hier de Kwaliteitsimpuls in het sociaal domein om knelpunten op te lossen waarin de huidige programmering niet voorziet of versnelling aan te brengen in een aantal wenselijke ambities, voortvloeiend uit de door de raad eerder vastgestelde kadernota's. Bij de instelling van de reserve innovatiefonds in 2022 zijn meerdere initiatieven beschreven, welke in de jaren 2022 t/m 2026 worden uitgevoerd. Voor 2025 heeft de raad ingestemd met de volgende bestedingen vanuit het innovatiefonds: Praktijkondersteuner Jeugd: 70.830.

Bestemmingsreserve Kwaliteit en verbinding parken Rijswijk Zuid

Het betreft hier de Kwaliteitsimpuls in het sociaal domein om knelpunten op te lossen waarin de huidige programmering niet voorziet of versnelling aan te brengen in een aantal wenselijke ambities, voortvloeiend uit de door de raad eerder vastgestelde kadernota's. Bij de instelling van de reserve innovatiefonds in 2022 zijn meerdere initiatieven beschreven, welke in de jaren 2022 t/m 2026 worden uitgevoerd. Voor 2025 heeft de raad ingestemd met de volgende bestedingen vanuit het innovatiefonds: Praktijkondersteuner Jeugd: 70.830. Daarnaast heeft de Raad middels het Raadsbesluit van 17 december 2024 ingestemd  met een aantal nieuwe initiatieven voor een totaalbedrag van 352.000. ( totaal  422.830). De  uiteindelijke besteding in 2025 is  324.000.

Bestemmingsreserve Landgoederenzone fase 1

Deze reserve is gevormd voor het opknappen van wandelparken en groen in de omgeving, zodat het gebied een uitstraling krijgt waarbij de geschiedenis van Rijswijk duidelijk voelbaar is.

Bestemmingsreserve Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling (MPG)

De totale omvang van de gemeentelijke bijdrage voor planontwikkeling is voor de gehele duur van de gebiedsontwikkelingen becijferd op 3,8 miljoen. Voor deze gemeentelijke bijdrage wordt voorgesteld om een egalisatiereserve in te stellen en hier de jaarlijks 486.000 aan te doteren. Op deze wijze is de dekking voor de toekomstige lasten verzekerd. De investeringen in de openbare ruimte die niet worden afgedekt door het kostenverhaal, worden opgenomen in het Langetermijn investeringsprogramma. Jaarlijks vindt actualisatie van het MPG plaats.

Bestemmingsreserve Milieuzone Prinses Beatrixlaan

Bestemmingsreserve Milieuzone Prinses Beatrixlaan Deze reserve is bedoeld voor de invoerings- en operationele kosten van de Milieuzone Rijswijk (Prinses Beatrixlaan en Haagweg): In 2025 is deze reserve aangewend voor de kosten van het inrichten van de milieuzone (milieuzone backoffice systeem, milieuzone camera’s, milieuzone borden etc.).

Bestemmingsreserve Milieubudget

Deze reserve is bestemd voor de uitvoering van milieukundige begeleiding bij graafwerkzaamheden bij het volkstuincomplex Ons Ideaal, uitrol van de houtstookcampagne en een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten.

Bestemmingsreserve Nieuwbouw brandweerkazerne

Omdat er sprake is van een éénmalige erfpachtcanon voor een periode van 50 jaar, dient de opbrengst hiervan te worden gestort in een bestemmingsreserve. Deze bestemmingsreserve wordt gebruikt om de verhoging van de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Brandweer Delft-Rijswijk te bekostigen. Deze verhoogde bijdrage bestaat uit de rente en aflossing van de aangegane lening door de gemeenschappelijke regeling om de afkoopsom van de erfpachtcanon te financieren. De rentecomponent wordt gedekt uit de bespaarde rente berekend over de gevormde bestemmingsreserve van € 7.018.000. Vanaf 2014 wordt er jaarlijks een bedrag van € 128.180 onttrokken aan deze reserve.

Bestemmingsreserve Omgevingsvisie

Deze bestemmingsreserve wordt aangewend voor afronding en opvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie. In 2025 is deze reserve aangewend ten behoeve van advieskosten voor het betrokken stedenbouwkundig bureau (opstellen visie, participatietraject, begeleiding procedure).

Bestemmingsreserve Parkeren

Deze bestemmingsreserve wordt aangewend voor parkeer – en verkeer gerelateerde uitgaven/investeringen.

Bestemmingsreserve Pensioenen wethouders

De Eerste Kamer heeft op 30 mei 2023 ingestemd met de Wet Toekomst Pensioenen. Een verwacht gevolg daarvan is dat op 1 januari 2028 alle pensioenen van de wethouders worden overgedragen aan het pensioenfonds ABP. Dit zal voor 1,6 miljoen aan extra kosten met zich meebrengen, omdat er in de opbouw van de huidige pensioenpremie:

  • geen rekening is gehouden met een overlijdensrisico (dit geldt voor 10 van de 20 bestuurders);

  • geen arbeidsongeschiktheidsverzekering is (dit geldt voor 9 bestuurders);

  • de dekkingsgraad van het ABP hoger is dan de rekenrente van de APPA.

Aangezien de kans groot is dat de overgang naar het ABP doorgaat, is een bestemmingsreserve gevormd voor dekking van de financiële gevolgen van het invaren bij het ABP.

Bestemmingsreserve Realisatie kunst in de openbare ruimte

Deze reserve is ingesteld in het kader van de zogenaamde percentageregeling, waarbij is afgesproken dat 1,5% (1% over de eerste € 230.000) van de raming van kosten van nieuwbouw of aanleg van gemeentelijke objecten, met een maximum van € 55.380 (prijspeil 2008), in deze reserve wordt gestort ten behoeve van het realiseren van kunst op de locatie.

Bestemmingsreserve Realisatie tunnel Prinses Beatrixlaan

Deze reserve is bestemd voor de uitvoering van een tunnel onder een groot deel van de Prinses Beatrixlaan. Deze tunnel zal zorgen voor een betere doorstroming van het verkeer, een gezondere omgeving om te wonen, werken en recreëren.

Bestemmingsreserve Revitalisering Oud-Rijswijk

Deze reserve is bestemd om uitvoering te geven aan herpositionering van Oud Rijswijk met versterking en behoud van het cultuurhistorisch karakter. Daarbij is ons doel het verder verbeteren van de positionering van het oude historische centrum door samen met de ondernemers het historisch karakter te versterken via actieve gebiedscommunicatie en (ruimtelijke) aanpassingen in de openbare ruimte.

Bestemmingsreserve Uitvoeringsprogramma Digitale Dienstverlening

Met het raadsvoorstel budgetoverheveling van 2024 naar 2025 is uw Raad akkoord gegaan met het overhevelen van 100.000 van 2024 naar 2025. In 2024 had er een herijking en herprioritering van het uitvoeringsprogramma plaatsgevonden waardoor deze middelen resteerden. Deze in 2024 resterende middelen waren in 2025 nog wel nodig om het onveranderde ambitieniveau binnen het programma te kunnen waarmaken. In 2025 zijn we vervolgens aan de slag gegaan met het digitaliseren van de dienstverlening van meerdere applicaties, waaronder voor Burgerzaken, Vergunningen, het Sociaal Domein en Handhaving. De middelen in deze bestemmingsreserve zijn daarvoor aangewend. De uitvoering van het programma loopt door tot in 2026 en 2027. Voor het bekostigen van de uitvoering in deze jaren zijn ook al middelen in de meerjarenbegroting opgenomen.

Bestemmingsreserve Uitvoering Cloudstrategie

Centric is een leverancier van meerdere gemeentelijke softwareapplicaties. In 2024 zouden deze applicaties worden omgezet naar Software as a Service (VerSaaSing). Vanwege de bestuurlijke onrust bij Centric vond de gemeente de continuïteitsrisico’s te groot en was ervoor gekozen om 192 Toelichting op de balans deze overgang uit te stellen. Ondertussen is Centric overgenomen door een investeringsmaatschappij, waardoor er nu meer rust is gekomen binnen de Centric organisatie. De risico’s zijn daardoor verminderd en kan de VerSaaSing in 2025 worden uitgevoerd. Vanwege dit uitstel is een deel van het budget voor 2024 via de budgetoverhevelingen overgeheveld naar 2025 en toegevoegd aan deze bestemmingsreserve en deze middelen zijn in hetzelfde jaar ook besteed en op basis hiervan onttrokken uit de bestemmingsreserve.

Bestemmingsreserve Voorbereidingskosten Station RijswijkBuiten

Het nieuwe station RijswijkBuiten, als één van de nieuwe stations in de MIRT-Verkenning Oude Lijn is een belangrijke en zeer gewenste OV-verbinding voor RijswijkBuiten en omgeving, voor wonen en werken, en moet worden ingepast binnen de bestaande en toekomstige bebouwing.

Het budget van 1.5 miljoen voor de voorbereidingskosten is bedoeld om de kosten van een projectorganisatie en de benodigde onderzoeken in het voortraject te kunnen financieren voor de periode van in totaal 7 jaar (2026 tot en met 2032). De verwachte besluitvorming over het Voorkeursalternatief van de MIRT Verkenning Oude Lijn wordt verwacht in het BO-MIRT van november 2025. Hier moet duidelijk worden of station RijswijkBuiten ook daadwerkelijk onderdeel uitmaakt van het Voorkeursalternatief.

Bestemmingsreserve Wijkontwikkeling

Vanuit deze reserve worden plannen op het gebied van wijkontwikkeling bekostigd. De jaarlijkse afschrijvingen van de uitgevoerde wijkontwikkelingsplannen worden aan deze reserve onttrokken.

Bestemmingsreserve Woningisolatieprogramma Rijswijk

Bij de vaststelling van het Woningisolatieprogramma Rijswijk is door de raad een bestemmingsreserve ingericht, waarmee ieder jaar het nog niet uitbetaald budget aan subsidie kan worden overgeheveld naar het volgende kalenderjaar. Kwetsbare huishoudens en VvE’s hebben een langere doorlooptijd voor de besluitvorming en uitvoering van isolatiemaatregelen. Met een bestemmingsreserve blijven de middelen beschikbaar voor dit doel. Daarmee bieden we zekerheid en tijd aan de doelgroep om het besluitvormingsproces zorgvuldig te doorlopen.

Oorspronkelijk liep het programma t/m 2026. Met de kadernota 2025 heeft het college en de raad aangegeven middelen ook door te willen schuiven naar 2027 en 2028. Dit besluit heeft men uiteindelijk met de 2e halfjaarrapportage 2024 genomen. Vandaar dat de toevoeging ‘2023-2026’ is weggevallen.

Voorzieningen

Voorzieningen
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV art. 44.1 a en 44.1 b)

4.679

6.646

Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (BBV art. 44.2)

5.550

6.334

Voorziening ter egalisering van kosten (BBV art. 44.1 c)

2.289

3.109

Totaal voorzieningen

12.518

16.089

De in de balans opgenomen voorzieningen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Verloop voorzieningen
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Toevoeging

Onttrekking

Eindbalans

Pensioenen wethouders

4.141

858

196

4.803

Wachtgelden wethouders

0

6

6

0

Verplichtingen en risico's

114

1.305

0

1.419

Verlofsparen

201

80

0

281

RVU

223

-70

0

154

Bunkercomplex park Overvoorde

0

0

0

0

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV art. 44.1 a en 44.1 b)

4.679

2.180

202

6.657

Riolering (egalisatie)

2.278

505

180

2.602

Riolering (spaargedeelte)

3.273

459

0

3.732

Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (BBV art. 44.2)

5.550

964

180

6.334

Onderhoud kunst in de openbare ruimte

66

16

25

57

Onderhoud welzijnsaccommodaties (MOP)

1.945

1.451

918

2.488

Baggerwerken

277

339

53

564

Voorziening ter egalisering van kosten (BBV art. 44.1 c)

2.289

1.806

996

3.109

Totaal voorzieningen

12.518

4.950

1.378

16.089

Toelichting op de voorzieningen

Volgens artikel 55 lid 1 BBV dient in de toelichting op de balans de aard en de reden van elke voorziening en de wijzigingen daarin te worden toegelicht.

Hieronder volgt een toelichting op de voorzieningen.

Voorzieningen voor verplichtingen en risico’s

Pensioenen wethouders

Voorziening als gevolg van kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, maar waarvan de oorsprong wel (mede) ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar. De pensioenverplichtingen van de (oud) bestuurders zijn, voor zover niet ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij, in de voorziening pensioenen wethouders opgenomen. De pensioenverplichtingen van de actieve bestuurders en de zogenaamde slapers zijn geactualiseerd en de voorziening is hierop afgestemd.

Gedurende 2025 is € 195.908 aangewend. Verder wordt ieder jaar de voorziening geactualiseerd en is dit jaar 0,9 miljoen gedoteerd aan de voorziening.

Verplichtingen en risico’s

Betreft een voorziening ter dekking van mogelijke toekomstige verplichtingen en risico’s.

Verlofsparen

Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Volgens de BBV dient hier een voorziening voor te worden gevormd.

Gedurende 2025 is € 80.207 toegevoegd aan de voorziening.

RVU

Binnen de gemeente hebben voormalig medewerkers gebruik gemaakt van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Bij deze regeling nemen voormalig medewerkers ontslag en krijgen zij een maandelijkse ontslagvergoeding tot hun AOW-leeftijd. Vanaf het moment dat de gemeente een aanvraag van deze regeling goedkeurt, moet zij daarvoor dekking apart zetten in een voorziening.

Gedurende 2025 is € 69.503 onttrokken aan de voorziening.

Voorzieningen door derden beklemde middelen

Riolering (egalisatie)

Voorziening als gevolg van gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Deze voorziening is ingesteld om de kosten van de vervangingsinvesteringen gelijkmatig te verdelen.

Riolering (spaargedeelte)

Deze voorziening houdt verband met een storting van niet gerealiseerde vervangingsinvesteringen en dient voor de afdekking van de uitgestelde investeringen. Voorziening als gevolg van het sparen van de niet gerealiseerde investeringsplanning. Door vertraging bij de vervanging van riolering wordt een storting in de voorziening gedaan.

Voorzieningen ter egalisering van kosten

Onderhoud kunst in de openbare ruimte

Voorziening als gevolg van gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Deze voorziening is ingesteld om de kosten voor het meerjarenonderhoud voor de gemeentelijke kunstwerken in de openbare ruimte gelijkmatig te verdelen. Jaarlijks wordt er 15.940 toegevoegd aan deze voorziening.

Onderhoud welzijnsaccommodaties (MOP)

Voor het groot onderhoud van vastgoed bestaat een voorziening, welke wordt ingezet voor de uitgaven die voortkomen uit de MeerJaren OnderhoudsPlanning (MJOP). Binnen deze planning wordt gerekend met onderhoudstermijnen variërend tussen de 25-40 jaar. Op basis van de MJOP bedraagt de gemiddelde jaarlijkse uitgave 1,35 miljoen, in 2025 is er uiteindelijk 1 miljoen uitgegeven. De uitgaven zijn lager uitgekomen omdat er voor iedere geplande uitgave een afweging wordt gemaakt of iets daadwerkelijk noodzakelijk is of uitgesteld kan worden. In 2025 is besloten om een aantal grote posten uit te stellen naar de komende jaren. De belangrijkste zijn:

  • Schouwburg: in verband met het verduurzamingsproject is er voor 170.000 aan werkzaamheden geïntegreerd en vooruitgeschoven (o.a. warmtedistributie).

  • Schilp: in verband met het verduurzamingsproject worden is er voor 45.000 aan werkzaamheden geïntegreerd en vooruitgeschoven (Zonwering en koolstoffilter proceswater).

  • Sportpark Vredenburch: schilderwerkzaamheden en dakwerkzaamheden zijn voor een bedrag van 55.000 vooruitgeschoven.

Baggerwerken

Voorziening als gevolg van gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Deze voorziening is ingesteld om de kosten voor het meerjarenonderhoud voor het baggeren gelijkmatig te verdelen.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar

De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden is als volgt:

Vaste schuld
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

233.820

227.290

Onderhandse leningen van provincies

0

20.000

Waarborgsommen

1.408

1.408

Totaal

235.228

248.698

De rentelast voor 2025 bedraagt 3,2 miljoen.

Het onderstaande overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2025:

Verloop vaste schuld
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Vermeer-
deringen

Aflossingen

Eindbalans

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

233.820

0

6.530

227.290

Onderhandse leningen van provincies

0

20.000

0

20.000

Waarborgsommen

1.408

0

0

1.408

Totaal

235.228

20.000

6.530

248.698

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De post netto-vlottende schulden wordt onderscheiden in:

Vlottende schuld
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Banksaldi

2

3

Overige vlottende schulden

15.431

18.961

Totaal

15.433

18.964

Dit is één van de posten waarbij de beginbalans door correcties afwijkt van de eindbalans 2024 (zie de toelichting op de beginbalans die is opgenomen in het hoofdstuk "Grondslagen").

In de Overige vlottende schulden was een negatieve post van 243.000 aan de passivazijde opgenomen, die naar de Overige vorderingen (niet-overheid) aan de activazijde als postief bedrag gecorrigeerd is.

Overlopende passiva

De post overlopende passiva wordt onderscheiden in:

Overlopende passiva
Bedragen x 1.000

Beginbalans

Eindbalans

Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk

35.474

38.443

Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheden

0

330

Overige overlopende passiva

17.955

20.750

Totaal

53.429

59.524

De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Voorheen voorzieningen (bedragen x 1.000)

Ontvangen van

Begin- balans

Ont-
vangsten

Beste-
dingen

Terug-
betalingen

Eind-
balans

Voetnoot

2025

2025

2025

Subsidie A31 - Voorkoming van jeugdcriminaliteit

Rijk

133

413

323

223

Subsidie C92 - Informatiepunten Digitale Overheid

Rijk

54

54

Subsidie D08 - Onderwijsachterstandbeleid OAB (voorheen GOA)

Rijk

1.675

2.924

2.899

1.701

Subsidie D14 - NPO gelden

Rijk

154

45

108

Subsidie D22 - Ontheemde peuters

Rijk

81

81

a)

Subsidie D23 - Lokale bibliotheekvoorzieningen

Rijk

33

27

6

Subsidie E03 - EU-richtlijnen omgevingslawaai

Rijk

47

47

Subsidie E03 - Geluidsanering Geestbrugweg

Rijk

58

58

Subsidie E03 - Geluidsanering Generaal Spoorlaan

Rijk

50

50

Subsidie E03 - Geluidsanering Haagweg

Rijk

28

28

Subsidie E03 - Geluidsanering Lindelaan en Steenlaan

Rijk

113

113

Subsidie E03 - Geluidsanering restant woningen

Rijk

29

29

Subsidie E03 - Geluidsanering Sir Winston Churchilllaan

Rijk

83

83

Subsidie E53 - Regeling specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord

Rijk

40

40

Subsidie E110 - Mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw

Gemeente Delft

1.649

1.649

Subsidie F20 - Sterpassage (Orchard I & II)

Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland

178

178

Subsidie G03 - BBZ 2022 en 2023 Afr. Declaratiedeel Min. SZW

Rijk

20

-5

13

13

a)

Subsidie G04 - Tozo

Rijk

91

45

46

a)

Subsidie G10 - Wet inburgering

Rijk

1.394

1.267

842

268

1.551

a)

Subsidie G13 - Onderwijsroute

Rijk

74

51

59

31

35

a)

Subsidie H04 - Stimulering sport

Rijk

1.594

1.795

865

2.524

Subsidie H30 - Spuk Gala 2023

Rijk

267

967

823

411

Subsidie J09 - Woningbouwimpuls Bogaard stadscentrum

Rijk

7.178

7.178

Subsidie J09 - Woningbouwimpuls Havenkwartier

Rijk

3.525

3.525

Subsidie J209 - Meerjarige regeling voor huisvesting aandachtsgroepen

Rijk

5.000

5.000

Subsidie J105 - Startbouwimpuls (de Terp, Hof van Rijswijk)

Rijk

3.713

1.721

1.991

Subsidie J105 - Startbouwimpuls (de Machinist) RijswijkBuiten

Rijk

Subsidie J106 - Gebiedsbudget t.b.v. woningbouw

Rijk

4.677

4.677

Subsidie J210B - Meerjarige flexibele inzet woningbouw

Rijk

101

485

535

51

Subsidie J32 - Ventilatie in scholen

Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland

Subsidie J41B - Flexibele inzet woningbouw

Provincie

18

113

131

Subsidie J55 - Energiearmoede

Rijk

584

160

424

Subsidie J56 - Project studentenhuisvesting Polakweg

Rijk

885

556

329

Subsidie J85 - Stimuleringsregeling flex-en transformatiewoningen

Rijk

4.800

1.182

3.618

Subsidie J94 - Lokale aanpak isolatie

Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland

2.037

625

640

2.021

Subsidie K28 - Klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland

374

2.093

1.570

896

Subsidie H12 - Preventieakkoord

Rijk

8

8

Subsidie H21 - Specifieke uitkering cliëntondersteuning

Rijk

50

41

9

Totaal vooruitontvangen subsidies

35.474

16.054

12.647

437

38.443

Opmerkingen:

1. 1. Sommige regelingen worden zowel in de bovenstaande tabel getoond als in de tabel "Overige nog te ontvangen bedragen". De reden hiervoor is dat voor deze regelingen per 1-1-2025 nog een bedrag ontvangen moet worden en per 31-12-2025 juist een bedrag vooruitontvangen is of omgekeerd of dat de bedragen in de tabellen bij de betreffende regelingen betrekking hebben op andere boekjaren.

2. Voor regeling G10 worden normbedragen gehanteerd die in meerdere jaren besteed mogen worden. De bedragen die in de SISA worden verantwoord betreft de werkelijke bestedingen en niet de normbedragen. Daarom wijken de bedragen van de SISA verantwoording af van de hierboven getoonde bedragen die van de tabel  "Overige nog te ontvangen bedragen".

3. Voor regeling J09 worden bestedingen verantwoord in de SiSa-verantwoording. Dit betreffen projectbestedingen en niet specifiek bestedingen op de subsidie. Daarom wijken deze bedragen af van de hierboven getoonde bedragen.

4. Voor de regelingen J09 en J56 worden bestedingen verantwoord in de SISA-verantwoording. Die betreffen projectbestedingen en niet specifiek bestedingen op de subsidie. Daarom wijken die bedragen van de hierboven getoonde bedragen af.

Voetnoot:

a) Dit bedrag moet worden terugbetaald aan de ministerie.

Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen

Aan natuurlijke en rechtspersonen verstrekte borgstellingen of garantstellingen

De gemeente heeft recht op een krediet in rekening-courant voor onbepaalde tijd van 2.000.000.

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

De garantstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Geldnemer

Doel geldlening

Gewaarborgd %

Totaal geldlening

Resterend per 31-12-2024

Gewaarborgd per 31-12-2024

Resterend per 31-12-2025

Gewaarborgd per 31-12-2025

Museum Rijswijk

Verbouwing Herenstraat 65

100,0%

150

50

50

41

41

Zorggroep Florence

Bejaardencentr.Steenvoorde

100,0%

1.348

176

176

117

117

Zorggroep Florence

Bejaardencentr.Steenvoorde

100,0%

953

191

191

143

143

HABION

Geldlening 60186

1,2%

3.713

3.713

54

3.713

45

HABION

Geldlening 61375

1,2%

10.000

10.000

146

10.000

121

HABION

Geldlening 61376

1,2%

10.000

10.000

146

10.000

121

HABION

Geldlening 61459

1,2%

10.000

10.000

146

10.000

121

HABION

Geldlening 62057

1,2%

14.000

14.000

170

HABION

Geldlening 62058

1,2%

13.000

13.000

158

HABION

Geldlening 63417

1,2%

15.000

15.000

182

HABION

Geldlening 64185

1,2%

12.000

12.000

145

HABION

Geldlening 61460

1,2%

12.000

12.000

175

12.000

145

HABION

Geldlening 61513

1,2%

10.000

10.000

146

10.000

121

HABION

Geldlening 61590

1,2%

6.000

6.000

87

6.000

73

HABION

Geldlening 62720

1,2%

2.900

2.900

42

2.900

35

HABION

Geldlening NRV3182

1,2%

10.345

10.498

153

10.345

125

Rijswijk Wonen

Geldlening 5172

50,0%

420

190

95

165

83

Rijswijk Wonen

Geldlening 5174

50,0%

817

572

572

490

245

Rijswijk Wonen

Geldlening 5178

50,0%

1.579

873

873

751

376

Rijswijk Wonen

Geldlening LBAN000029

100,0%

1.121

322

322

288

288

Rijswijk Wonen

Geldlening LBAN000039

100,0%

500

132

132

116

116

Rijswijk Wonen

Geldlening 33665

100,0%

120

18

18

12

12

Rijswijk Wonen

Geldlening 33666

100,0%

80

12

12

8

8

Rijswijk Wonen

Geldlening 33667

100,0%

220

34

34

22

22

Rijswijk Wonen

Geldlening 33668

100,0%

646

99

99

66

66

Rijswijk Wonen

Geldlening 40344

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 43090

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 45249

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 45908

100,0%

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 47880

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 48190

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 48609

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 48671

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 48966

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 48967

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49170

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49171

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49514

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49745

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49746

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 49887

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 49888

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50192

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50193

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50556

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50559

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 50606

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50607

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50608

50,0%

5.000

5.000

2.500

5.000

2.500

Rijswijk Wonen

Geldlening 50611

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 50612

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 50613

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 50620

100,0%

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Rijswijk Wonen

Geldlening 60222

96,8%

2.188

2.188

2.116

2.188

2.119

Rijswijk Wonen

Geldlening 60727

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 60800

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 60801

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61005

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61006

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61120

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61121

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61365

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 61456

96,8%

8.000

8.000

7.736

8.000

7.746

Rijswijk Wonen

Geldlening 61999

96,8%

4.000

4.000

3.868

4.000

3.873

Rijswijk Wonen

Geldlening 62486

96,8%

6.000

6.000

5.802

6.000

5.809

Rijswijk Wonen

Geldlening 62713

96,8%

7.000

7.000

6.769

7.000

6.778

Rijswijk Wonen

Geldlening 62919

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 62921

96,8%

5.000

5.000

4.835

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 63200

96,8%

7.000

7.000

6.769

7.000

6.778

Rijswijk Wonen

Geldlening 63626

96,8%

6.000

6.000

5.809

Rijswijk Wonen

Geldlening 63909

96,8%

6.000

6.000

5.809

Rijswijk Wonen

Geldlening 64000

96,8%

7.500

7.500

7.262

Rijswijk Wonen

Geldlening 64005

96,8%

5.000

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening 64218

96,8%

5.000

5.000

4.841

Rijswijk Wonen

Geldlening NRV15977

96,8%

6.018

5.377

5.199

6.018

5.827

Stedelink

Geldlening NRV18596

0,1%

24.421

24.421

39

24.421

35

Vidomes

Geldlening 39286

100,0%

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Vidomes

Geldlening 44186

100,0%

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Vidomes

Geldlening 44191

100,0%

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Vidomes

Geldlening 45264

15.000

7.500

Vidomes

Geldlening 47841

100,0%

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

Vidomes

Geldlening 60288

14,1%

5.782

5.782

803

5.782

813

Vidomes

Geldlening 61078

14,1%

15.000

15.000

2.082

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 61263

14,1%

15.000

15.000

2.082

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 61282

14,1%

12.500

12.500

1.735

12.500

1.757

Vidomes

Geldlening 61283

14,1%

9.000

9.000

1.249

9.000

1.265

Vidomes

Geldlening 61284

14,1%

10.000

10.000

1.388

10.000

1.406

Vidomes

Geldlening 61285

14,1%

2.000

2.000

278

2.000

281

Vidomes

Geldlening 61286

14,1%

3.630

1.059

147

887

125

Vidomes

Geldlening 61287

14,1%

3.630

914

127

735

103

Vidomes

Geldlening 61388

14,1%

20.000

20.000

2.776

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening 61389

14,1%

10.000

10.000

1.388

10.000

1.406

Vidomes

Geldlening 61390

14,1%

12.500

12.500

1.735

12.500

1.757

Vidomes

Geldlening 61475

14,1%

15.000

15.000

2.082

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 63802

14,1%

20.000

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening 63947

14,1%

15.000

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 64173

14,1%

15.000

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 61476

14,1%

10.000

10.000

1.388

10.000

1.406

Vidomes

Geldlening 61742

14,1%

25.000

25.000

3.470

25.000

3.514

Vidomes

Geldlening 61863

14,1%

15.000

15.000

2.082

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 61870

14,1%

20.000

20.000

2.776

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening 62466

14,1%

15.000

15.000

2.082

15.000

2.109

Vidomes

Geldlening 62520

14,1%

20.000

20.000

2.776

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening 63114

14,1%

20.000

20.000

2.776

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening 63214

14,1%

20.000

20.000

2.776

20.000

2.811

Vidomes

Geldlening NRV13850

14,1%

18.382

17.595

2.442

18.382

2.584

Woonzorg Nederland

Geldlening 60385

0,1%

13.848

13.848

11

13.848

10

Woonzorg Nederland

Geldlening 60650

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 60659

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 60729

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 60734

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 61023

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 61244

0,1%

6.000

6.000

5

6.000

4

Woonzorg Nederland

Geldlening 61353

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 63399

0,1%

25.000

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 63507

0,1%

25.000

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 63508

0,1%

25.000

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 63831

0,1%

25.000

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 64051

0,1%

25.000

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 64204

0,1%

20.000

20.000

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 64239

0,1%

20.000

20.000

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 61496

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 61562

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 61787

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 62101

0,1%

4.775

4.775

4

4.775

4

Woonzorg Nederland

Geldlening 62193

8.435

7

Woonzorg Nederland

Geldlening 62194

0,1%

4.000

1.191

1

972

1

Woonzorg Nederland

Geldlening 62195

0,1%

5.000

1.531

1

20.225

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 62275

0,1%

20.000

20.000

16

20.000

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 62385

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 62410

0,1%

5.000

5.000

4

5.000

4

Woonzorg Nederland

Geldlening 62456

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 62547

0,1%

25.000

25.000

20

25.000

19

Woonzorg Nederland

Geldlening 62788

0,1%

20.000

20.000

16

20.000

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 63086

0,1%

20.000

20.000

16

20.000

15

Woonzorg Nederland

Geldlening 63354

0,1%

45.000

45.000

37

45.000

33

Woonzorg Nederland

Geldlening NRV4201

0,1%

51.087

48.643

40

51.087

38

Totaal

1.487.176

1.196.540

292.654

1.488.000

319.063

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden

Overeenkomsten

Op grond van artikel 53 BBV worden in de toelichting bij de balans opgenomen de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeente voor toekomstige jaren is gebonden.

De verplichtingenadministratie is gedurende voorgaande jaren deels ingevoerd, maar kan niet volledig ondersteund worden in het huidige financiële systeem. Er zijn per ultimo 2025 geen lopende projecten met een aanbesteding per aanbieder van meer dan 15 miljoen.

Arbeidskostengerelateerde verplichtingen

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende verlofaanspraken (wettelijk- en bovenwettelijk verlof). Daarnaast kan het saldo vanuit overwerk meegaan naar 2026.

Eigen bijdrage op grond van de WMO

Een aanvrager van een voorziening op grond van de WLZ en de WMO (zoals hulp in de huishouding, begeleiding, hulp- en vervoersmiddelen of beschermd wonen) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen.

Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.